Buitenlandse businessschool is niet langer hip

Archief

‘De markt van bedrijfskundigen is verzadigd geraakt’, zegt Roy Thurik, hoogleraar economie en ondernemerschap aan de Erasmus School of Economics. ‘Natuurlijk is er altijd vraag naar mensen die een topopleiding hebben gevolgd, maar ik zie dat studenten sinds de financiële crisis hebben ontdekt dat er ook nog zoiets als een algemene studie economie bestaat.’

Cijfers over het onderwerp zijn schaars. Uit gegevens van EP-Nuffic, dat ijvert voor internationalisering van het onderwijs, blijkt dat het aantal studenten dat in het buitenland ‘bedrijfsmanagement’ studeerde tussen 2008 en 2014 nauwelijks is gestegen: van 135 naar 142. Bij ‘business administration’ is die groei aanmerkelijk groter, namelijk van 52 naar 107 studenten, maar ook die groei is de laatste jaren afgevlakt. EP-Nuffic heeft geen cijfers over specifieke businessschools, en het is dus ook niet bekend of het hier gaat om actieve managers die er een MBA-opleiding naast doen. Het CBS en het certificeringsinstituut Cedeo houden geen van beide bij hoeveel studies in het buitenland zijn gevolgd.

Verschuiving

Mathieu Weggeman, hoogleraar organisatiekunde aan de TU Eindhoven, ziet bij bedrijven hoe de houding tegenover businessschools verandert. ‘Het is vooral een scheiding tussen Angelsaksisch en Rijnlands georganiseerde bedrijven’, zegt hij. ‘Amerikaanse en Britse bedrijven, die vooral regels en procedures belangrijk vinden, sturen nog steeds mensen naar de grote businessschools. Veel Nederlandse bedrijven — die meer hechten aan normen en waarden en een overlegcultuur, het zogenoemde Rijnlands model — kiezen tegenwoordig voor opleidingen als De Baak, waar “soft skills” centraal staan.’

Jonge internetbedrijven hebben volgens Weggeman al helemaal niets meer met de puur bedrijfskundige aanpak. ‘Die zeggen dat Jan maar personeelszaken moet doen omdat hij zo goed kan luisteren. En Theo moet de financiën maar beheren omdat hij vroeger ook al geld overhield aan het einde van de maand.’ De meeste jonge internetbedrijven zijn volgens Weggeman bovendien Rijnlands ingesteld, ‘al weten ze dat zelf meestal niet’.

Weggemans observatie wordt gesteund door de feiten. Bij De Baak bijvoorbeeld is het aantal cursisten de afgelopen jaren stabiel gebleven, maar volgens Arko van Brakel, tot 1 januari directeur van het instituut, is er een inderdaad duidelijke verschuiving opgetreden. ‘Veel studenten die vroeger een buitenlandse opleiding zouden hebben gekozen, blijven nu in Nederland.’ Tegelijkertijd maakt een organisatie als Insead reclame voor soft skills als ‘opgeleid worden voor het leven’. Vroeger zou zoiets ondenkbaar zijn geweest.

Weggemans inschatting van internetbedrijven lijkt ook aardig te kloppen, zo blijkt uit een toelichting van Bol.com. ‘Voor ons is de vraag of iemand past bij de cultuur van het bedrijf belangrijker dan het diploma van een businessschool. Als iemand voor zijn of haar eigen ontwikkeling zo’n opleiding wil volgen, staan we daar natuurlijk positief tegenover, maar we sturen er niet op. Wij denken dat je beter kunt leren van je collega’s en de praktijk’, zegt woordvoerster Marjolein Verkerk. Als een werknemer duidelijk kan maken dat zo’n opleiding bijdraagt aan de doelstellingen van Bol.com, wil het bedrijf wel meebetalen.

De recente aandacht voor soft skills en normen en waarden bij de traditionele businessschools is opmerkelijk. De opleidingen werden na de Tweede Wereldoorlog opgericht om een antwoord te bieden op de complexiteit die de toenemende grootschaligheid van het bedrijfsleven meebracht. De twee opleidingen bijvoorbeeld die uiteindelijk zijn gefuseerd tot IMD, werden opgericht door de Canadese aluminiumfabrikant Alcan en de Zwitserse levensmiddelengigant Nestlé. Het is geen wonder dat hun programma vooral de grote multinationals aansprak.

Minder cursisten

Professor Steef van de Velde, decaan van de Rotterdam School of Management, heeft de indruk dat met name de private MBA-opleidingen aan populariteit inboeten. ‘Mensen hebben geen zin veel geld te betalen voor een opleiding die ze ook bij een publieke instelling als de onze hadden kunnen volgen’, zegt hij. Volgens hem wachten ze liever tot ze later in hun carrière een hogere, executive MBA-opleiding kunnen volgen, meestal op kosten van het bedrijf.

Vooral de wat onbekendere businessschools hebben volgens hem last van dalende aantallen cursisten. De grote namen als Insead, IMD, London Business School, Harvard Business School en Wharton lijken daar minder onder gebukt te gaan. Wel hebben die opleidingen er last van dat cursisten minder gemakkelijk een visum krijgen om in het buitenland te studeren, zo meldde The Economist eind vorig jaar.

Voormalig bestuursvoorzitter Peter Elverding van DSM, die een achtergrond in personeelsmanagement heeft, herkent de verschillende observaties. Hij heeft, zo blijkt al snel, toch al niet zo’n hoge pet op van algemene MBA-opleidingen. ‘Je kunt beter eerst een vak leren. En dan, als je eenmaal ergens aan de slag bent, leren van collega’s en managementervaring opdoen.’

Wel hecht Elverding waarde aan de businessschools waar het opleidingen voor het hoger management betreft. ‘Maar ook dan geef ik de voorkeur aan opleidingen die door zo’n businessschool samen met het bedrijf in kwestie worden samengesteld, boven de aangeboden standaardopleidingen. DSM bijvoorbeeld werkt al zeker twintig jaar samen met het Zwitserse IMD. Daardoor wordt de ontwikkeling geborgd in de onderneming. Dat is beter dan achteraf maar kijken of je in het bedrijf iets met het geleerde aan kunt.’

Bron: Het Financieele Dagblad
Datum: 05 maart 2016

Terug

Archief